Een wand van smalle houten latten is een van de weinige noordse woontrends die je in een weekend zelf kunt neerzetten. In showrooms zie je vooral de kant-en-klare panelen met vilt erop geplakt, in een fineer dat van een afstand mooi is en van dichtbij een print blijkt. Zelf latten zagen kost meer tijd, maar levert massief hout op dat je later opnieuw kunt schuren, en je bepaalt zelf de breedte van de kieren. Achter een bank werkt dat bijzonder goed, omdat de verticale lijnen de wand optisch hoger maken en het lage meubel daardoor lichter oogt.
Hieronder staat hoe ik het aanpak, in de volgorde die uitmaakt. Vooral stap vier wordt vaak overgeslagen, en dat is precies de stap waar je niet meer op terug kunt komen.
Wat je nodig hebt
- Vuren latten van 27 bij 27 millimeter, in de lengte van je wandvlak. Voor twee meter breedte met een hartafstand van 60 millimeter heb je er ongeveer 33 nodig.
- Twee tot drie rachels van 27 bij 45 millimeter als draagregel, in de breedte van het vlak.
- Muurverf in een donkere, matte tint voor de achtergrond, of akoestisch vilt van 9 millimeter als je ook geluid wilt dempen.
- Pluggen en schroeven die bij je muur horen: gipspluggen voor een voorzetwand, slagpluggen voor steen.
- Spaanplaatschroeven van 35 millimeter om de latten op de rachels te zetten.
- Schroefboormachine, houtboren, een leidingdetector, waterpas van minstens 60 centimeter, rolmaat en potlood.
- Verstekzaag of een handzaag met verstekbak, en schuurpapier in korrel 120 en 180.
- Houtolie of matte blanke lak op waterbasis, plus een kwast of een verfroller met korte pool.
- Een afstandsblokje: een stukje lat of multiplex van precies de kierbreedte, in dit geval 33 millimeter.
Latten en rachels haal je bij Praxis, Gamma, Karwei of Hornbach, waar ze het hout ook op maat zagen als je de maten meebrengt. Een lokale houthandel is vaak nauwelijks duurder en levert rechter, kwastarmer vuren, en dat scheelt bij een wand vol lange lijnen echt iets. Akoestisch vilt vind je online of bij een stoffenwinkel, verf en lak bij dezelfde bouwmarkt. Reken voor een vlak van twee bij twee meter op ongeveer honderdvijftig tot tweehonderdvijftig euro aan materiaal.
Zo maak je de wand, stap voor stap
- Meet het vlak op en reken de verdeling uit. Meet de breedte op drie hoogtes, want muren staan zelden zuiver. Neem de kleinste maat. Deel die door de hartafstand die je wilt, in dit geval 60 millimeter, en rond af op een heel aantal latten. Verdeel het restje over de twee buitenranden, zodat je links en rechts even veel ruimte overhoudt. Een wand waarvan de laatste lat zichtbaar smaller is dan de rest valt meteen op.
- Zoek de leidingen op. Ga met een leidingdetector over het hele vlak en teken af waar stroom en water lopen, zeker boven een stopcontact of schakelaar. Zet de groep uit voordat je gaat boren. Loopt er een leiding precies waar een rachel moet komen, verschuif de rachel dan een paar centimeter in de hoogte; aan de voorkant zie je daar later niets van.
- Verf of bekleed de achtergrond. Doe dit vóór er ook maar één lat hangt, want tussen de kieren kom je later niet meer met een kwast. Een diepe grijstint, houtskool of gebroken zwart maakt de kieren visueel dieper en laat het vuren juist lichter lijken. Kies je vilt, snijd dat dan op maat en niet de dag zelf, zodat de rollen kunnen uithangen. Laat de verf een etmaal doorharden.
- Zaag en werk de latten af terwijl ze nog los zijn. Meet de hoogte op drie plekken, want vloeren lopen af en plafonds ook. Zaag alle latten op de kleinste maat en houd twee millimeter speling aan de bovenkant. Schuur ze daarna langs de nerf met korrel 120 en dan met 180, breek de scherpe randen licht, en zet ze in de olie of de lak. Doe dit op schragen in de tuin of de schuur, met een doek eronder. Deze stap kost een middag en hij is niet in te halen: zodra de latten hangen, zijn de zijkanten onbereikbaar en je ziet die zijkanten juist het meest, omdat je de wand vrijwel altijd schuin bekijkt. Hoe je hout mooi en gelijkmatig in de olie zet, staat uitgebreider in het stuk over een eiken tafelblad opnieuw oliën, en dezelfde werkwijze geldt hier.
- Bevestig de rachels horizontaal. Eén op ongeveer twintig centimeter boven de vloer, één op twintig centimeter onder het plafond, en bij een vlak hoger dan 180 centimeter ook één in het midden. Zet de onderste met de waterpas erop vast en meet de andere daar vanaf, dus niet vanaf de vloer. Voorboren, plug erin, schroeven aandraaien tot de rachel strak tegen de muur ligt zonder het gips in te trekken. Controleer daarna of de rachels ook onderling in één vlak liggen door er een rechte lat overheen te leggen.
- Zet de eerste lat waterpas vast. Deze bepaalt alle volgende, dus neem er de tijd voor. Houd de lat tegen de rachels, controleer met de waterpas of hij zuiver verticaal staat, en schroef hem pas dan vast. Werk je vanaf een hoek, houd dan de afstand tot de zijmuur aan die je in stap één hebt uitgerekend en niet de hoek zelf, want die is bijna nooit haaks.
- Gebruik het afstandsblokje voor alle volgende latten. Blokje tegen de vorige lat, nieuwe lat ertegenaan, controleren, vastzetten, blokje doorschuiven. Dit gaat sneller dan meten en het is nauwkeuriger, want een fout van een halve millimeter per lat wordt over 33 latten anderhalve centimeter. Meet na elke tien latten toch even hoeveel ruimte je nog over hebt tot de zijmuur, zodat je kunt bijsturen voordat het opvalt.
- Schroef vanaf de achterkant als het kan. Bij een losse rachelconstructie kun je de schroeven van achter door de rachel in de lat draaien, en dan zie je aan de voorkant helemaal niets. Kan dat niet, boor dan voor met een boor die iets dunner is dan de schroef, verzink de kop net onder het oppervlak en vul het gaatje met een beetje houtvulmiddel in de kleur van je vuren. Twee schroeven per kruising is genoeg; meer laat het hout scheuren.
- Werk de randen af. De laatste lat past zelden precies. Meet de resterende ruimte onderaan en bovenaan, want die verschilt, en schaaf of zaag de lat op maat. Leg boven en onder een lat plat over de kopse kanten heen, dan lijkt de wand af in plaats van afgeknipt. Zit er een stopcontact in het vlak, laat de latten daar dan onderbroken lopen en houd minstens een centimeter ruimte rondom.
Waar het meestal misgaat
De twee fouten die ik het vaakst zie zijn dezelfde. De eerste is een te lichte achtergrond. Een lattenwand tegen een witte muur oogt onrustig, omdat je door de kieren heen de witte muur ziet oplichten en het patroon daardoor vlak wordt. De tweede is te veel ruimte tussen de latten. Boven de veertig millimeter kier verliest de wand zijn dichtheid en gaat hij lijken op een schutting. Onder de vijfentwintig millimeter wordt het juist zwaar en verdwijnt de schaduwwerking. Tussen die twee waarden zit een prettige zone, en 33 millimeter bij een lat van 27 valt daar mooi in.
Wat mij betreft is dat verticale ritme ook meteen de reden om zoiets te doen, en niet alleen de akoestiek. Verticale lijnen rekken een kamer optisch omhoog, precies zoals gestreepte muren in een klein appartement dat doen, maar dan met diepte en schaduw erbij. Houd de rest van de wand daarom leeg. Geen schilderij erop, geen wandlamp erdoorheen. Eén wand met textuur en verder rustige vlakken eromheen: dat is dezelfde terughoudendheid die een japandi-interieur met natuurlijke materialen zo rustig maakt.
Vuren vergeelt in de loop van de jaren, zeker in de zon. Dat vind ik geen bezwaar maar juist het aardige eraan, want massief hout dat donkerder wordt vertelt hoe lang het er hangt. Wil je die verkleuring vertragen, kies dan een matte lak met een uv-filter in plaats van kleurloze olie, en zet de wand niet recht tegenover een groot zuidraam.
