Wie in Denemarken, Zweden of Noorwegen in een logeerbed stapt, ziet vrijwel altijd hetzelfde: een tweepersoonsbed met twee losse dekbedden erop, netjes naast elkaar. Geen groot dekbed dat de hele breedte overspant, maar twee eenpersoonsdekbedden die elkaar in het midden een stukje overlappen. Voor Nederlanders voelt dat de eerste nacht als een halve maatregel, alsof er iets ontbreekt. Na een week wil bijna niemand meer terug.
De reden is prozaïsch en heeft weinig met stijl te maken. Twee mensen slapen zelden op dezelfde temperatuur en al helemaal niet in hetzelfde tempo. Wie ’s nachts draait, tilt bij één gedeeld dekbed telkens de warmte bij de ander vandaan. Wie het snel warm heeft, kan een been eruit steken en heeft dan meteen de hele zijkant open. Met twee dekbedden is dat probleem weg: iedereen heeft zijn eigen laag, in zijn eigen dikte, en het nachtelijke trekken aan de rand houdt op. In het noorden is dat zo vanzelfsprekend dat hotels er niet eens over nadenken.
Het lastige aan overstappen zit hem niet in de gewoonte maar in de maten. Nederlandse dekbedden zijn gemaakt voor de gedeelde variant, en de maat die je nodig hebt staat zelden zo op het etiket. Vandaar dit overzicht.
Welke maat je per bedbreedte nodig hebt
Reken het uit vanaf je eigen helft van het bed, niet vanaf de totale breedte. Ieder heeft de halve bedbreedte tot zijn beschikking. Wat je dekbed breder is dan die helft, verdeelt zich over twee kanten: een deel hangt over de buitenrand en een even groot deel overlapt met het dekbed van de ander in het midden.
| Bedbreedte | Ruimte per persoon | Dekbedmaat per persoon | Over de buitenrand | Overlap in het midden |
|---|---|---|---|---|
| 140 cm | 70 cm | 120 x 200 cm | circa 25 cm | circa 25 cm |
| 140 cm | 70 cm | 140 x 200 cm | circa 35 cm | circa 35 cm |
| 160 cm | 80 cm | 140 x 200 cm | circa 30 cm | circa 30 cm |
| 180 cm | 90 cm | 140 x 200 cm | circa 25 cm | circa 25 cm |
| 180 cm | 90 cm | 150 x 210 cm | circa 30 cm | circa 30 cm |
| 200 cm | 100 cm | 140 x 220 cm | circa 20 cm | circa 20 cm |
| 200 cm | 100 cm | 150 x 220 cm | circa 25 cm | circa 25 cm |
De lengte is de simpelere keuze. Bij een matras van 200 centimeter volstaat een dekbed van 200 lang, maar wie langer is dan een meter tachtig of graag met de voeten ingestopt slaapt, zit prettiger op 220. Dat kost je niets aan warmte en scheelt het gevoel dat je tenen buiten de boot vallen.
Wat je in de tabel ziet, is dat een dekbed van 140 breed op vrijwel elk tweepersoonsbed werkt. Dat is ook de maat die het meest te krijgen is, en dat maakt de overstap goedkoper dan mensen verwachten. Alleen op een smal bed van 140 loopt het krap: twee dekbedden van 140 op een bed van 140 geeft aan beide kanten een flinke sleep op de grond. Daar is 120 breed prettiger, al is dat een maat die je in Nederland vaker bij de Deense en Zweedse ketens vindt dan bij de gemiddelde beddenzaak.
Waar je ze koopt en waar je op let
Voor de dekbedden zelf is Ikea de meest voor de hand liggende plek, simpelweg omdat daar het hele assortiment op eenpersoonsmaten is gebouwd. Jysk komt uit Denemarken en denkt in dezelfde maten. Beter Bed, Hema en de betere beddenspeciaalzaak hebben 140 x 200 en 140 x 220 gewoon op voorraad, want dat is ook de standaard eenpersoonsmaat. Voor overtrekken geldt hetzelfde: elk eenpersoons dekbedovertrek past, en dat is precies waarom deze manier van slapen in de was zoveel makkelijker is dan een lits-jumeauxovertrek van 240 breed dat je met twee man moet vouwen.
Een paar dingen waar ik zelf op let. Neem twee verschillende warmteklassen als jullie daarin verschillen, dat is nu juist het hele voordeel. Neem wel dezelfde buitenmaat en bij voorkeur dezelfde overtrekstof, anders krijg je twee verschillend hoge bulten op één bed en dat oogt slordig. En let op het gewicht: een dun zomerdekbed van 140 breed schuift makkelijk van de rand af, een iets zwaarder exemplaar blijft liggen.
De naad in het midden, en hoe je die oplost
Het bezwaar dat ik het vaakst hoor is dat er een kier tussen de twee dekbedden ontstaat waar het koud doorheen trekt. Dat klopt als je de dekbedden precies tot aan elkaar legt. Zorg daarom dat er in de tabel altijd overlap staat, en leg het dekbed van degene die het snelst koud heeft bovenop. In de praktijk is die overlap van twintig tot dertig centimeter meer dan genoeg, want jullie liggen niet allebei op de naad.
Er is ook een oplossing die je in Scandinavische slaapkamers overal ziet: een geweven sprei of een deken die overdag over beide dekbedden heen gaat. Dat maakt het bed optisch weer één vlak, en het is precies de reden dat een noords bed er opgeruimd uitziet terwijl er twee losse dekbedden onder liggen. Dat vlak textiel is meteen het grootste kleurvlak in de kamer, en daar valt meer mee te doen dan met verf. Daar schreef ik eerder over in het stuk over het grootste kleurvlak in je slaapkamer.
Zelf ben ik pas overstag gegaan toen ik doorhad dat het bed opmaken niet meer een gevecht is maar twee keer een halve minuut. Je pakt je eigen dekbed, schudt het aan de onderkant uit, legt het recht, klaar. Geen dekbed dat scheef in het overtrek zakt, geen worsteling met een lap van 240 bij 220. Dat het slapen er beter van wordt, was voor mij eerlijk gezegd bijzaak vergeleken bij dat kleine dagelijkse gemak.
Waar het wel wennen is: bezoek vindt het opvallend. Nederlandse logés vragen er steevast naar, en er zit vaak een lichte verdenking in dat het iets zegt over de relatie. Die associatie bestaat in het noorden helemaal niet, daar is het gewoon hoe een bed eruitziet. Wie de rest van de kamer in dezelfde geest inricht, met rustige tinten en textiel dat mag kreuken, merkt dat het bed er juist rustiger van wordt. In de opzet voor een Scandinavische slaapkamer valt dat op zijn plek.
