In Nederland betaal je vermogensbelasting over het deel van je vermogen dat boven een bepaalde grens uitkomt. Deze belasting, officieel de vermogensrendementsheffing in box 3, is gebaseerd op de aanname dat je rendement behaalt op je vermogen, ongeacht of je dat daadwerkelijk doet. Er zijn de komende jaren aanzienlijke veranderingen op komst in deze belastingvorm, waardoor het belangrijk is om je financiële positie en plannen regelmatig te herzien.
Wat verandert er in 2025 en 2026 binnen de vermogensbelasting?
Vanaf 2025 verandert het heffingsvrije vermogen en worden ook de percentages van het fictieve rendement voor diverse bezittingen aangepast. Deze wijzigingen hebben direct invloed op hoeveel belasting je betaalt.
Daarnaast blijft het belastingtarief in box 3 in zowel 2025 als 2026 staan op 36%, maar door het verschil in de grondslag en de fictieve rendementen kunnen de bedragen die mensen betalen toch sterk fluctueren.
Wat is het heffingsvrije vermogen in 2025 en 2026?
In 2025 is het heffingsvrije vermogen €57.684 per persoon. In 2026 daalt dit naar €51.396.
Iedere belastingplichtige mag eerst een vrij bedrag aan vermogen hebben zonder daarover belasting te betalen. Voor fiscale partners wordt dit verdubbeld (respectievelijk €115.368 in 2025 en €102.792 in 2026).
Valt je totale box 3-vermogen hieronder, dan betaal je dus geen belasting. Komt je vermogen erboven, dan wordt alleen het meerdere belast. Dit maakt jaarlijkse her-evaluatie van je financiële middelen zinvol.
Hoeveel belasting betaal je op spaargeld?
In 2025 ga je uit van een fictief rendement van 1,44% over je spaartegoed. Hierover betaal je 36% belasting.
Stel: je hebt op 1 januari 2025 €100.000 aan spaargeld. Trek het heffingsvrije bedrag van €57.684 ervan af = €42.316 belastbaar. 1,44% hiervan is het fictieve rendement (€609,35), waarover je 36% belasting betaalt: €219,37.
Belangrijk is dat deze belasting losstaat van hoeveel rente je in werkelijkheid ontvangt. Ook als je bank weinig of geen rente uitkeert, betaal je toch belasting op basis van het fictieve rendement.
Hoe zit het met beleggingen en andere bezittingen?
Het fictieve rendement op beleggingen is 5,88% in 2025 en stijgt naar 7,78% in 2026.
Dit maakt beleggen fiscaal minder aantrekkelijk, zeker ten opzichte van sparen. In 2024 was het fictieve beleggingsrendement nog 6,04%, dus in 2025 is er een korte daling, waarna het tarief verder stijgt.
Als je bijvoorbeeld €100.000 aan beleggingen bezit boven je heffingsvrije vermogen, dan gaat de Belastingdienst er in 2025 van uit dat je €5.880 aan rendement behaalt. Hierover betaal je dan 36% belasting: €2.116,80.
Worden schulden ook belast onder box 3?
Ja. In box 3 wordt een negatief rendement op schulden meegewogen. In 2025 is dat 2,62%.
Heb je schulden, dan verlagen deze de grondslag voor je belasting in box 3. De Belastingdienst rekent erop dat je hierover gemiddeld 2,62% aan rentelasten hebt.
Stel dat je een belastbare schuld hebt van €20.000, dan wordt dat verrekend via een negatief rendement van €524. Hierdoor verklein je je uiteindelijke rendementsgrondslag en dus ook je belasting.
Waarom werkt de Belastingdienst met fictieve rendementen?
Omdat het voorheen te ingewikkeld was om echte rendementen van miljoenen belastingplichtigen bij te houden.
Daarom ging men uit van een vaste rente: ongeacht wat je werkelijk verdiende aan spaargeld of beleggingen, werd de belasting bepaald aan de hand van gemiddelde rendementen.
Vanaf 2028 wil de overheid hier echter van afstappen. Er komt een nieuwe box 3-heffingssystematiek waarbij belasting wordt geheven over je werkelijke rendement.
Hoe hoog blijft het belastingtarief in box 3 in 2025 en 2026?
Het tarief blijft 36% voor beide jaren.
Hoewel het tarief ongewijzigd blijft, kan de belastingdruk sterk variëren. Dit komt doordat zowel het heffingsvrije vermogen als het fictieve rendement verandert.
Met name voor mensen met hogere vermogens of beleggingen kan de invloed hiervan groot zijn. Het loont om scenario’s uit te werken om inzicht te krijgen in je daadwerkelijke belastinglast.
Wat zijn de plannen voor de toekomst: komt er een eerlijkere belasting?
Vanaf 2028 wil het kabinet belasting heffen op echt behaalde rendementen.
Dit moet meer recht doen aan wie daadwerkelijk wat verdient, en minder onzeker en oneerlijk aanvoelen voor mensen die lage rendementen behalen, bijvoorbeeld door dalende beurskoersen of rente bij de bank.
Wel zal het technisch meer rapporteren en verantwoorden vergen, zowel van belastingplichtigen als de Belastingdienst.
Wat houdt het voorstel voor progressieve vermogensbelasting in?
Het voorstel beoogt een oplopend tarief van 1% tot 5% afhangend van de hoogte van het vermogen.
Het idee is dat mensen met meer vermogen ook proportioneel meer belasting gaan betalen. Het starttarief van 1% geldt voor vermogens tussen €100.000 en €500.000, terwijl 5% geldt voor vermogens boven €5.000.000.
Toch is het onzeker of dit ingevoerd wordt: de Raad van State vindt dat het voorstel weinig bijdraagt aan het verminderen van vermogensongelijkheid of belastingstabiliteit.
Met deze ontwikkelingen lijkt het duidelijk: het Nederlandse belastingstelsel voor vermogen is volop in beweging. Wat vind jij van deze veranderingen? Ben je voorstander van belasting op echt rendement, of zie je meer in een vast percentage op basis van fictieve gegevens? Denk je na over herstructureren van je spaargeld of beleggingen? Laat het weten in de reacties!
