De AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd in Nederland zijn twee belangrijke mijlpalen in het leven van werkenden. De AOW-leeftijd is het moment waarop men recht krijgt op een uitkering vanuit de overheid, terwijl de pensioenleeftijd doorgaans verwijst naar het moment waarop het werkgeverspensioen ingaat. Deze leeftijden lopen niet altijd synchroon, en dat kan gevolgen hebben voor uw financiële situatie. Sinds enkele jaren is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting en schuift deze stapsgewijs op. Tegelijkertijd hanteren veel pensioenfondsen een vaste pensioenleeftijd – vaak 68 jaar – wat voor verwarring en vragen zorgt bij Nederlanders die hun pensioen plannen.
Wat moet u weten over de aow- en pensioenleeftijd
Een duidelijk begrip van de verschillen tussen AOW-leeftijd en pensioenleeftijd is cruciaal bij het maken van plannen voor later. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over dit onderwerp.
Wat is op dit moment de aow-leeftijd?
De AOW-leeftijd is in 2024 vastgesteld op 67 jaar en blijft dit tot en met 2027.
De overheid stelt de AOW-leeftijd vijf jaar van tevoren vast op basis van de levensverwachting. Van 2028 tot en met 2030 stijgt deze leeftijd licht naar 67 jaar en 3 maanden. Een verdere verhoging ná 2030 wordt in 2025 bepaald aan de hand van nieuwe cijfers over levensverwachting.
Door de koppeling aan de levensverwachting kan de AOW-leeftijd de komende decennia verder stijgen. Deze systematiek moet het stelsel betaalbaar houden, maar vereist dat burgers zich tijdig aanpassen aan de veranderende ingangsleeftijd.
Is de pensioenleeftijd altijd gelijk aan de aow-leeftijd?
Nee, de pensioenleeftijd is niet altijd gelijk aan de AOW-leeftijd.
Veel pensioenfondsen hanteren een standaard pensioenleeftijd van 68 jaar – hoger dan de AOW-leeftijd. Dit betekent dat uw werkgeverspensioen wellicht pas later ingaat dan uw AOW. Bij sommige pensioenfondsen, zoals ABP, is het echter mogelijk al eerder te starten.
Als uw pensioen later ingaat dan uw AOW, ontvangt u dus tijdelijk alleen AOW. Gaat u eerder met pensioen dan uw AOW-leeftijd, dan mist u tijdelijk de AOW-uitkering. Een goede financiële planning is dan cruciaal.
Kan ik eerder met pensioen dan de standaard pensioenleeftijd?
Ja, u kunt bij veel pensioenfondsen eerder met pensioen, vaak vanaf 60 jaar.
Zo biedt ABP de mogelijkheid om al vanaf 60 jaar met pensioen te gaan. Dit betekent echter wel dat het pensioen over een langere periode wordt uitgekeerd, waardoor het maandelijkse bedrag lager is. Deze flexibiliteit geeft werknemers meer regie over hun loopbaan en levensfaseplanning.
Als u voor uw AOW-leeftijd stopt met werken, moet u zelf het inkomensgat overbruggen. Dit kan bijvoorbeeld via spaargeld, lijfrenteverzekeringen of andere voorzieningen. Het loont dus om ruim van tevoren diverse scenario’s door te rekenen.
Kan ik ook langer doorwerken dan de aow-leeftijd?
Ja, u kunt ervoor kiezen om na uw AOW-leeftijd door te werken, tot maximaal vijf jaar extra.
Bij sommige pensioenfondsen zoals ABP kunt u uw pensioenopbouw voortzetten tot vijf jaar na de AOW-leeftijd. Het voordeel hiervan is dat u later met pensioen gaat, waardoor het opgebouwde pensioen per maand hoger uitvalt omdat het over een kortere periode wordt uitgekeerd.
Langer doorwerken kan aantrekkelijk zijn als u graag actief blijft of extra financiële ruimte wilt opbouwen voor uw pensioenjaren. Wel moet u er rekening mee houden dat de belastingregels kunnen veranderen naarmate uw inkomen stijgt door combinatie van werk en pensioen.
Wat is de pensioenrichtleeftijd en waarom is die belangrijk?
De pensioenrichtleeftijd is de leeftijd die gebruikt wordt bij de berekening van hoeveel pensioen u maximaal fiscaal gunstig mag opbouwen. Die is sinds 2018 vastgesteld op 68 jaar.
Deze richtleeftijd speelt een rol bij het vaststellen van de pensioenopbouw per gewerkt jaar. Zelfs als u eerder met pensioen wilt, wordt in de berekening standaard uitgegaan van 68 jaar. Dit heeft invloed op de hoogte van het pensioenbedrag bij vervroegde pensionering.
Wilt u dus eerder stoppen? Dan moet u meer opbouwen of aanvullende middelen regelen. Pensioenfondsen bieden vaak online tools waarmee u scenario’s met variërende pensioenleeftijden kunt vergelijken.
Wat gebeurt er als mijn aow-leeftijd en pensioenleeftijd niet samenvallen?
Als deze leeftijden niet gelijklopen, ontstaat er een mogelijk inkomensgat.
Ontvangt u bijvoorbeeld AOW vanaf 67 jaar, terwijl uw werkgeverspensioen pas op 68 ingaat, dan leeft u een jaar lang alleen van de AOW – die meestal lager is dan uw totale inkomen daarvoor. Andersom, als u op uw 66e met pensioen gaat, ontvangt u nog geen AOW en heeft u dus tijdelijk minder inkomsten.
In beide gevallen is het verstandig om ruim van tevoren te berekenen wat dit betekent voor uw maandelijkse budget. U kunt overbruggingen regelen, bijvoorbeeld via eigen vermogen of extra pensioenopbouw in overleg met uw fonds of financieel adviseur.
Waar kan ik mijn persoonlijke aow- en pensioenleeftijd bekijken?
U kunt dit berekenen via de websites van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en uw pensioenfonds.
Op de site van de SVB vindt u eenvoudig uw verwachte AOW-leeftijd. Pensioenfondsen bieden persoonlijke omgevingen waar u uw opgebouwde pensioen kunt inzien en simulaties kunt doen met alternatieve pensioenleeftijden. Zo kunt u afstemmen hoe en wanneer u welke inkomensbronnen krijgt.
Door deze tools te gebruiken, krijgt u grip op uw financiële toekomst. U weet wanneer u stopt met werken, welk inkomen u dan hebt en waar bijsturing nodig is. Dit maakt uw pensioenplanning realistisch en haalbaar.
Wat zou jij doen? Ben je van plan eerder te stoppen met werken, of wacht je liever tot jouw AOW en pensioen tegelijk ingaan? Laat het weten in de reacties!
